10. Direct gebruik als gewone rekenmachine              blad3        terug naar inhoud
 
Als je de rekenmachine gewoon en direct wil gebruiken, ga dan naar het directe scherm......  Dit gaat via
  [2nd][MODE] Je krijgt dan QUIT en kan je kan gewoon rekensommen maken zoals je gewend was met
  bijv de TI30*. De rekenmachine staat nu in directe mode .De resultaten worden redelijk overzichtelijk neergezet
  op het (grotere) scherm. De functies zoals  wortel ,sinus ,cosinus moeten met haakjes worden ingetypt
  dus   
Ö( 64)  sin (x)  cos(x)    enz.
  Let op wil je de sinus ,cosinus of  tangens van een hoek in graden hebben dan moet je ook nog naar
  ANGLE gaan via [2nd][MATRX] en dan uit het verticale menu  optie 1 =graad kiezen.
 
  Het laatste resultaat van een berekening staat altijd opgeslagen in ANS . Deze is te bereiken via [2nd][(-)]
  ANS is bedoeld als tussenresultaat , om mee door te rekenen .
  Speciale functies bij kansrekening en combinatoriek krijg je via de toets [MATH] .Je ziet dan van links
  naar rechts een aantal afkortingen. Helemaal rechts staat PRB  (dit is van Probability wat kansrekening
  betekent.) Ga daar naar toe met de cursor knoppen . Je krijgt dan weer een (verticaal) menu met achtereen
  volgens  rand (van random =willekeurig), nPr , nCr , ! (=faculteit)  , randInt( ,........enzovoorts.
  Met rand kan je willekeurige getallen laten geven tussen de 0 en de 1 .Deze rand -functie kan ook met
  een getal worden uitgerust. Hij levert dan een lijst (zie punt 7) op met toevalsgetallen.  Zo levert rand(4)
  een lijst met lengte 4; en deze 4 getallen zijn toevalsgetallen (tussen 0 en 1). Deze lijst kan weer indien je wilt
  met [STO] worden opgeslagen in bijvoorbeeld (lijst-)variabele L1.
  Verder wijs ik nog op de onhandige (want veel toetsindrukken vergende) handelingen  !   en nCr waarmee
  je  respectievelijk 7-faculteit en ' 8 boven 5' kan berekenen.  7!  (=5040) en  '8  boven 5'  ( =56):  moet zo:
    8  nCr  5

11. Binominale kansrekening simulaties           
 
Het is mogelijk met de graf. rekenmach. een simulatie uit te voeren . Bijvoorbeeld je gooit 10 keer
  met een dobbelsteen en je wilt weten wanneer er zoal  een 3  bovenkomt.
  Zorg dat de rekenmachine in directe mode staat  Je drukt de toets [MATH] in  en ga weer naar PRB
  Je krijgt dan weer een (verticaal) menu met onder andere de naam randInt(  Ga daar naar toe met de cursor-knop
  (of toets 5 in) We toetsen in randInt( 1,6,10) . De 1 slaat op oogaantal 3 ( één van de 6 mogelijkheden!) . De 6 slaat
  op de 6 mogelijheden per keer .  De 10 slaat op het 10 keer gooien. Ook dit levert weer een lijst van 10 getallen op die vol 
  gens het toeval van 1 t/m  6  kunnen varieren.  Deze lijst kunnen we via [STO] weer opslaan in bijv. L1. 
  Als je dat gedaan hebt dan kun je ook het aantal 1-en tellen in lijst L1 . Dit gaat via sum (L1 = 1) .
 
De graf. rekenmach telt  dan de enen in de lijst L1. (merk op dat sum via [2nd][STAT] = LIST  en daarvan weer het
  MATH-menu
, gevonden kan worden.
  Het = -teken gaat via TEST en dat gaat via [2nd][MATH] er volgt weer een verticaal menu (makkelijk hè)

12. Uitleg en aanvullend voorbeeld op deze simulaties
 
Hoe werken die sum functie en dat =- teken eigenlijk?  Eerst het =-teken:
  Het  =-teken is eigenlijk een operator die een  1  oplevert bij een ware uitspraak en een  0  bij een onjuiste
  uitspraak  oplevert  : Dus  6 = 8 levert een 0 op  en  6  = 6 levert een 1 op.
  Bij een lijst en een enkel getal  geeft dit =-teken ook een lijst als antwoord. Die laatstgenoemde lijst bevat dan
  enen en nullen.  Voorbeeld { 3,-4,8,7,8,9} = 8 levert de lijst  { 0,0,1,0,1,0 } op.
  Immers,  alleen de twee achten, op plaatsen 3 en 5 in de lijst, geven een juist antwoord op (=1) en de rest
  een onjuist antwoord (=0) .
  Met het =-teken kan je ook evenlange lijsten met elkaar vergelijken. Er wordt dan elementsgewijs gekeken of de
  getallen hetzelfde zijn.  Het antwoord is dan weer een (evenlange) lijst met enen en nullen.
  Voorbeeld  {-3 , 6, 7, 8 , 0 } = {3, 5 , 7, 8, -3} levert de lijst { 0, 0, 1 ,1 ,0} op.
Nu de functie sum . Deze doet niets anders dan elementen van een lijst optellen.
  Dus sum ( { 3 , 5, 8 ,2 } ) levert 3 +5 +8+2 = 18 op.

Nu een simulatie voorbeeld: Stel je gooit 18 keer met twee dobbelstenen en  je wilt via simulatie weten
hoevaak  die twee dobbelstenen een zelfde oogaantal laten zien:
Je gaat dan eerst intypen randInt(1,6,18) en dit via [STO] opslaan in L1.
Vervolgens weer intypen randInt(1,6,18) en dit via [STO] opslaan in L2.
Je wilt nu eigenlijk weten welke elementen van L1 en L2 hetzelfde zijn. Je typt dan in sum(L1 = L2)
en dat levert dan je antwoord ( dus het aantal enen in de lijst:  L1 = L2  wordt opgeteld)  klaar!

naar volgende blad