blad 2            terug naar inhoud
    6.  Doorlopen van de grafiek en daarvan enkele bijzondere punten
      Via blauwe knop [
TRACE] kan je met het eerder genoemde aanwijzertje door de grafiek(-en)  lopen.  Je ziet dan onderaan
      de x- en y-coordinaat. Bij meerdere grafieken verspring je van de grafiek naar  grafiek met de verticale cursorknoppen.   
     
Met de horizontale cursorknoppen kan je het venster van de grafieken heen en weer bewegen (om het hele gebied
      te verkennen). 
      Via knop [2nd] met de blauwe knop [
TRACE] krijg je CALC (calculeren =berekenen). Je krijgt dan
      een menu :  1 Value
                            2 zero
                            3 minimum
                          ......enz..
      Met Value bereken je door middel van een door jou ingetypte x-waarde de bijbehorende y-waarde  en wel van de
      grafiek welke door het aanwijzertje  wordt aangewezen.
      Met  zero bepaal je het nulpunt van de aangewezen functie ( nulpunt = x-coord. van snijpunt van grafiek met x-as).
      Er geldt de volgende procedure: De Graf. Rekenmachine  vraagt eerst een Leftbound (linker ondergrens voor de x- 
      waarde). 
    Na jouw  gekozen waarde, die je  krijgt door met de cursorknoppen de cursor te bewegen,  druk je op  [
ENTER]. 
    Vervolgens vraagt de GR een Rightbound (rechter-bovengrens voor x) . Geef weer een waarde op  Bevestig dit weer
    met [
ENTER].    De GR vraagt nu:  "Guess?" . Bevestig weer met [ENTER]  en je krijgt als antwoord een benadering
    van  een nulpunt van de functie .
    Volgens deze procedure is ook een maximum  of een minimum van  de functie te bepalen: dus steeds  wordt om
    een Leftbound  en om een Rightbound voor de x-waarden gevraagd waartussen het maximum dan  wel minimum zich
    zou moeten bevinden . De  Graf. Rekenmachine gaat dan in dat interval op zoek naar max of minimum van de functie.

7.  Snijpunt van twee grafieken       
 
Als je twee grafieken hebt ingevoerd dan kan je via CALC ,daarvan het menu keuze 4  : intersect het
  snijpunt bepalen. De Graf. Rekenmach vraagt eerst wat de eerste grafiek moet zijn (First Curve?) en dan wat
  de  tweede (second curve?) Na bevestiging van deze vragen met ENTER vraagt-ie Guess? weer bevestigen
  met ENTER en hij bepaalt de coordinaten van één snijpunt wat in de buurt ligt van het aanwijzertje.
  Bij meerdere snijpunten moet je zorgen dat het aanwijzertje daar in de buurt is

8.  Gebruik accolades (meerdere formules in een regel)   
 
  Als je bijvoorbeeld  de grafiek van y= ax² + 3 x  -5 wil tekenen voor diverse waarden van a
    dan gaat dat als volgt. Typ na [y=] in  { -2,-1,0, 7,4, 10}x² + 3 x  -5
    ( De accolades vind je boven de knoppen met de haakjes , dus met knop [2nd]  )
    De Graf. Rekenmach tekent dan (zie nog even  punt 1 van dit stencil )  6 grafieken
    y = ax² + 3 x  -5 waarbij a achtereenvolgens de waarden  -2 , -1 , 0 , 7  ,4 en 10 heeft gekregen
   
    De verzameling { -2,-1,0, 7,4, 10} wordt een lijst genoemd .
    Je kan ook meerdere lijsten in een formule opnemen. voorbeeld.
    Typ na [y=] in { 3,5,7}x  + {6,-2,-8}. Ook nu worden er 3 grafieken getekend
    Het zijn de grafieken van y = 3x + 6 ,  y= 5x - 2 en   y = 7x -8
    Dus de lijsten worden elements gewijs doorlopen en je ziet dus dat ze even lang moeten zijn.
    Maak je ze niet even lang dan krijg je DIM MISMATCH foutmelding (DIM=dimensie)

9. Opslaan van lijsten
 
Bij meerdere lijsten  of gelijke lijsten , in het gebruik van formules, is het handig dat je lijsten kunt opslaan
    in een variabele. Deze variabelen krijgen dan de namen L1  , L2 , .......of L6.  De procedure is als volgt:
    Toets in [CLEAR] . Bij leeg scherm typ je in een lijst bijv. {3 ,6 ,9, 12} dan toets [STO] en vervolgens L1 (of
    een andere zoals L2, L3, enz..) . De variabelen L1  t/m L6 vind je boven de cijfertoetsen en te krijgen
    met [2nd] .  Vervolgens druk je op [ENTER] . De graf. Rekenmach. geeft dan de lijst nog even weer, zonder
    komma's.    Je hebt nu de lijst  { 3, 6, 9, 12} opgeslagen in variabele L1
   
    Als je nu via [y=] intypt  L1x  + 20 dan worden na de opdracht [GRAPH]de volgende vier grafieken
    getekend : y=3x +20,    y=6x +20  ,  y =9x +20  en  y= 12x +20
    Ga zelf na wat er gebeurt bij intypen  na [y=]  van L1x² - 3L1x + L1/2

  naar volgende blad